De zorgverzekeringsfarce: hoe marktwerking de zorg murw maakt,
Elk jaar in november begint het circus weer. Zorgverzekeraars storten tientallen miljoenen in reclamecampagnes met joviale presentatoren die ons vertellen dat we ‘slim moeten vergelijken’. Vergelijkingssites bombarderen ons met pop-ups. Callcenters draaien overuren. En miljoenen Nederlanders verspillen hun tijd aan het vergelijken van polissen die in essentie identiek zijn.
Dit is waanzin. Maar het is waanzin die we zo normaal zijn gaan vinden dat we vergeten zijn hoe het ooit anders was.
Het ziekenfonds: simpel en effectief
Voor 2006 was het simpel. Had je een laag inkomen? Dan had je een ziekenfonds. Verdiende je goed? Dan had je een particuliere verzekering. Je wist waar je aan toe was, je hoefde niets te vergelijken, en de administratieve rompslomp was minimaal. Het systeem was verre van perfect, maar het deed wat het moest doen: zorgen dat mensen toegang hadden tot zorg.
Toen kwam de Zorgverzekeringswet, een meesterwerk van D66-achtig technocratisch denken. Marktwerking zou de zorg efficiënter maken, zo was de belofte. Concurrentie tussen verzekeraars zou zorgen voor betere service en lagere prijzen. Iedereen gelijk, iedereen verzekerd, en de markt zou zijn magie doen.
Bijna twintig jaar later kunnen we de balans opmaken: het is een duur, bureaucratisch monster geworden dat niemand dient behalve de verzekeraars zelf.
De illusie van keuzevrijheid
Laten we beginnen met de grootste leugen: dat we iets te kiezen hebben. Ja, er zijn tientallen verzekeraars. Ja, je kunt elke site vergelijken tot je een ons weegt. Maar wat vergelijk je eigenlijk? Het basispakket is bij wet vastgesteld. Elke verzekeraar moet exact hetzelfde bieden. Het enige verschil zit in de premie – marges van enkele euro’s per maand – en welke ziekenhuizen in het ‘voorkeursnetwerk’ zitten.
Dit is geen keuzevrijheid. Dit is de illusie van keuzevrijheid, ontworpen om te verhullen dat we eigenlijk allemaal hetzelfde product kopen bij verschillende verkopers die zich gedragen alsof ze iets unieks aanbieden.
En voor die illusie betalen we. Letterlijk. Elke euro die een verzekeraar uitgeeft aan die glimmende reclamecampagnes, aan die vergelijkingssites, aan de acquisitieafdelingen die proberen klanten te ronselen – dat komt van onze premies. Geld dat naar zorg had kunnen gaan, verdwijnt in marketingbudgetten.
De bestuurlijke ballast
Dan hebben we nog de bestuurders. Elke verzekeraar heeft zijn eigen directie, zijn eigen management, zijn eigen bureaucratie. En wat voor bureaucratie. Kijk naar de salarissen: directeuren van zorgverzekeraars die zes ton per jaar opstrijken. Bestuurders zonder medische achtergrond, vaak oud-politici of managers die van baan naar baan hoppen, maar wel beslissen over zorgcontracten en vergoedingen.
Hoeveel van deze mensen hebben ooit een patiënt verzorgd? Hoeveel begrijpen écht hoe een ziekenhuis draait? Het zijn financiële managers die een zorgbedrijf runnen alsof het een verzekeringsmaatschappij voor auto’s is.
En het perverse: elke verzekeraar moet dit managementcircus in stand houden. Bij één centrale zorgverzekering zou één directie volstaan. Nu betalen we voor veertig verschillende directies, veertig verschillende HR-afdelingen, veertig verschillende IT-systemen. Allemaal voor het leveren van… hetzelfde product.
De administratieve nachtmerrie
Maar de échte klap komt bij de zorgverleners. Artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten – zij zijn niet meer bezig met zorg verlenen. Ze zijn bezig met administratie. Elke verzekeraar heeft zijn eigen systemen, zijn eigen codes, zijn eigen declaratieformulieren. Een huisarts moet kunnen werken met veertig verschillende portals. Een fysiotherapeut besteedt uren per week aan het invullen van formulieren om vergoedingen te krijgen.
Zorgpersoneel wordt accountant. Ze studeren af om mensen te helpen, en eindigen achter een computer om aan compliance-eisen te voldoen. De frustratie in de zorg is immens, en terecht. We hebben een generatie zorgverleners die opbrandt, niet door het zware werk, maar door de administratieve waanzin die marktwerking heeft gecreëerd.
De gebroken belofte
De belofte was: marktwerking maakt de zorg efficiënter en betaalbaarder. De realiteit: de zorgpremies zijn sinds 2006 meer dan verdubbeld. Het eigen risico is geïntroduceerd en voortdurend verhoogd. De wachttijden in de zorg zijn gegroeid. En de administratieve lasten zijn ontploft.
Waar is die efficiëntie? Waar is die betaalbaarheid? Ze zijn verdwenen in de overhead van een kunstmatige markt die nooit had moeten bestaan.
Want dit is het punt: zorg is geen markt. Bij zorg heb je geen rationele, goed geïnformeerde consumenten die kalm verschillende aanbieders vergelijken. Je hebt angstige, zieke mensen die hulp nodig hebben. Je hebt asymmetrische informatie: de arts weet wat je nodig hebt, jij niet. Je hebt geen keuzevrijheid: als je een hartaanval hebt, ga je naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, niet naar degene met de beste deal.
Marktwerking in de zorg is een theoretische fantasie die botst met de praktische realiteit van ziek zijn.
Terug naar simpel
De oplossing? Terug naar de basis. Eén centrale zorgverzekering voor iedereen. Geen keuze, geen vergelijken, geen jaarlijks overstappen. Gewoon: je bent Nederlander, je bent verzekerd, klaar.
Die centrale verzekeraar sluit contracten met alle gelicentieerde zorgverleners. Je kunt naar elke huisarts, elk ziekenhuis, elke fysiotherapeut. Geen voorkeursnetwerken, geen gedoe over ‘gecontracteerd’ of ‘niet-gecontracteerd’. Je bent ziek, je gaat naar de dokter, de rekening wordt betaald. Simpel.
Eén directie in plaats van veertig. Eén IT-systeem in plaats van veertig. Eén set administratieve procedures in plaats van veertig. De besparingen zijn enorm – en die kunnen direct naar de zorg.
Alle reclamebudgetten? Weg. Alle acquisitiekosten? Weg. Alle managementlagen van verzekeraars die alleen bestaan om onderscheid te maken waar geen onderscheid mogelijk is? Weg.
De tegenargumenten
Natuurlijk zullen de verdedigers van het huidige systeem protesteren. Ze zullen wijzen op ‘keuze’ en ‘concurrentie’ en ‘innovatie’. Maar welke innovatie? Het enige wat verzekeraars innoveren is hoe ze mensen kunnen ontmoedigen zorg te gebruiken. Ze innoveren in het afwijzen van claims, in het ingewikkeld maken van procedures, in het creëren van drempels.
Ze zullen zeggen dat een monopolie niet werkt. Maar we hebben al een monopolie – het basispakket is vastgesteld door de overheid. We doen alleen alsof we concurrentie hebben.
Ze zullen wijzen op wachtlijsten in andere landen met publieke systemen. Alsof wij geen wachtlijsten hebben. Alsof onze wachtlijsten niet mede veroorzaakt zijn doordat zorgverleners hun tijd verspillen aan administratie in plaats van patiënten behandelen.
De politieke moed
Wat we nodig hebben is politieke moed. De moed om te erkennen dat het marktwerking-experiment is mislukt. Dat de Zorgverzekeringswet een dure vergissing was. Dat we zijn afgedwaald en terug moeten naar een systeem dat werkt.
Maar die moed ontbreekt. Te veel partijen hebben te veel geïnvesteerd in dit verhaal. Te veel beleidsmakers hebben hun carrière opgebouwd op dit systeem. Te veel oud-politici verdienen nu grof geld als bestuurders bij zorgverzekeraars. De perverse prikkels om het systeem in stand te houden zijn enorm.
En ondertussen? Ondertussen brandt het zorgpersoneel op, stijgen de premies, groeien de wachtlijsten, en verspillen we collectief miljoenen uren en miljarden euro’s aan een systeem dat doet alsof het een markt is maar in werkelijkheid gewoon een inefficiënte, bureaucratische ramp is.
Het wordt tijd dat we stoppen met doen alsof. Het wordt tijd voor simpele, eerlijke zorg voor iedereen. Zonder circus. Zonder vergelijken. Zonder marketingbudgetten. Gewoon: zorg.